Vruchtbaarheidsbehandelingen


Als je moeilijk zwanger wordt of het lukt niet om zwanger te worden dan wil je natuurlijk weten wat er aan hand is en wat je eraan kunt doen. In dat geval zal de huisarts of gynaecoloog verder onderzoek doen. Er zullen veel vragen aan je gesteld worden: of er afwijkingen of vruchtbaarheidsproblemen in de familie voorkomen, of er problemen zijn bij het vrijen, of je veel rookt, drinkt, drugs of medicijnen gebruikt, of je regelmatig ongesteld bent etc. Ook je partner wordt gevraagd of hij vroeger ontstekingen heeft gehad aan zijn geslachtsorganen, of hij veel zit of sauna's bezoekt waardoor de zaadballen te warm zijn (want dit kan de zaadaanmaak negatief beïnvloeden), etc.

Zaadonderzoek man

Bij het eerste onderzoek wordt het zaad van de man onderzocht. Er wordt gemeten hoeveel beweeglijke spermacellen er zijn en of ze gezond zijn. Dit onderzoek is altijd een momentopname en kan beïnvloed worden door ziekte of ontsteking. Daarom wordt deze test bij een ongunstige uitslag herhaald. Soms is verder onderzoek nodig.

Onderzoek naar eisprong

Heb je een regelmatige cyclus, is het baarmoederhalsslijm helder, constateer je buikpijn rondom de ovulatie en menstruatie, dan is er meestal een eisprong. Bij een onregelmatige menstruatiecyclus is het moeilijk vast te stellen wanneer en of er een eisprong is. Dan kan een ovulatietest een handje helpen.

Bloedonderzoek

In een bloedonderzoek wordt er gekeken of er antistoffen in zitten tegen chlamydia, is dat het geval, dan heb je in het verleden een infectie gehad en zijn je eileiders misschien verstopt. Ook wordt het FSH gehalte gemeten, dat is het follikel stimulerend hormoon. Bij vrouwen met een lage FSH concentratie treedt meestal geen eisprong op. Een te hoge FSH meting aan het begin van de cyclus duidt op een naderende overgang.

Samenlevingstest

Bij deze test wordt er 's morgens binnen acht tot twaalf uur na het vrijen slijm bij de baarmoedermond afgenomen en onderzocht om te zien of er beweeglijke zaadcellen in zitten. Is dat niet het geval dan kan dit wijzen op een verstoorde verhouding tussen zaad en baarmoederslijm.

Vaginale echo

Bij een vaginale echo zijn de inwendige geslachtsorganen beter te bekijken dan bij een echo via de buikwand. Bij een vaginale echo wordt een staaf in de vagina gebracht en kan de gynaecoloog goed zien of er misschien afwijkingen zijn aan de baarmoeder of eierstokken.

Contrastfoto

Met dit onderzoek wordt gekeken of de eileiders toegankelijk zijn. Deze röntgen contrastfoto wordt voor de eisprong gemaakt. Contrastvloeistof wordt in de baarmoeder gebracht en daarna wordt gekeken of deze vloeistof verder in de eileiders loopt.

Kijkoperatie

In dit geval moet je naar de operatiekamer. Er wordt via een naald koolzuurgas in de buik gespoten. Daarna wordt onder de navel een klein sneetje gemaakt en een tweede sneetje laag onder de buik. De gynaecoloog kan zo met laparoscoop goed kijken naar de baarmoeder en eileiders. Mocht je last hebben van endometriose (woekeringen van baarmoederslijmvlies), verklevingen of vleesbomen dan is dat via dit onderzoek te constateren.

Welke vruchtbaarheidsbehandelingen zijn er?

Blijft een zwangerschap uit, dan betekent dat meestal dat paren verminderd vruchtbaar zijn. Met hulp en techniek lukt het dan vaak toch om zwanger te worden. Soms biedt een kleine operatie uitkomst, soms zijn er ingrijpende medische behandelingen nodig. Vruchtbaarheidsbehandelingen vragen geestelijk veel van stellen, vooral voor de vrouw is het zwaar. Er is geen garantie op een zwangerschap en je moet natuurlijk ook een beetje geluk hebben, dat moet je je goed realiseren als je aan deze behandelingen begint.

Hormoonbehandelingen

Met het toedienen van follikelstimulerende hormonen worden follikels of eicelblaasjes aangezet om te groeien. Ze worden gegeven aan vrouwen die geen eisprong hebben of aan vrouwen die lang hebben geprobeerd om zwanger te worden. Er bestaat altijd een klein risico op een meerling omdat er soms meer dan één eiblaasje rijpt. Ook is er het risico op overstimulatie: daarbij rijpen er zeer veel eiblaasjes en worden de eierstokken groot en zwaar wat tot veel klachten leidt. Daarom zullen artsen altijd beginnen met kleine doseringen en je goed in de gaten houden.

IUI: intra uteriene inseminatie

Bij deze methode wordt het zaad dusdanig bewerkt dat de kwaliteit van het zaad beter wordt. Dit zaad wordt daarna direct in de baarmoeder ingebracht om de kans op een zwangerschap te vergroten. Meestal gaat hier een behandeling met een follikelstimulerend hormoon aan vooraf.

IVF: de reageerbuisbevruchting

Bij IVF, ook wel kunstmatige of reageerbuisbevruchting genoemd, vindt de bevruchting buiten de baarmoeder plaats. Allereerst wordt de groei van de eiblaasjes gestimuleerd met hormoonbehandelingen en nauwkeurig gevolgd. Daarna worden rijpe eiblaasjes met een punctie weggenomen. Deze eicellen worden samengebracht met opgewerkt zaad in een speciale kweekruimte. Tot slot worden een of meerdere bevruchte en zich delende eicellen in de baarmoeder teruggeplaatst. Eventuele overige embryo's worden ingevroren voor een eventuele volgende behandeling. Ongeveer de helft van de stellen die met IVF beginnen lukt het om een kindje te krijgen. Meer informatie over deze en andere behandelingen vind je op de site ivf.nl

ICSI: intra cytoplasmatische sperma injectie

Bij deze methode wordt er in een IVF laboratorium een zaadcel rechtstreeks in de eicel geïnjecteerd. Deze techniek wordt toegepast als er sprake is van een slechte spermakwaliteit of bij paren waar ondanks IVF methodes geen zwangerschap is opgetreden.